header_illustratie
A | A
Nederlands | English

Kinderverhaal

De droom van de profeet (1)

Kinderverhaal voor de eerste zondag van Advent bij de lezing uit Micha 2

De droom van de profeet (2)

Kinderverhaal voor de tweede zondag van Advent bij de lezing uit Micha 4:1-8

 

De droom van de profeet (1)

Levi was alleen op de wereld. Dat wil zeggen, hij had geen familie – geen vader, geen moeder, geen broertje of zusje, geen opa en geen oma. Hij had wel een heleboel vrienden, Dan en Rachel uit het weeshuis waarin hij woonde, de ezel Simson, Anna, die voor het weeshuis kookte en niet te vergeten Lot de clown. Die was z’n beste vriend, Lot, de oude blinde clown, die op straat woonde en die iedereen die aan kwam lopen herkende aan z’n stap. Met hem maakte Levi elke dag een praatje. Na het eten ging hij bij hem op de stoep zitten en dan vertelden ze elkaar de dingen van de dag en nog veel meer, elke dag, een heel uur lang. ‘Nu moet je naar bed, Levi’, zei Lot dan, ‘tot morgen, welterusten!’ En als Levi in bed lag, bedacht hij dat hij dan wel alleen op de wereld was, maar ook heel blij met alle vrienden die hij had.

Meestal sliep Levi de hele nacht en kon hij zich als hij wakker werd niet herinneren dat hij gedroomd had. Maar deze nacht was anders dan andere. Midden in de nacht was hij klaarwakker. Hij voelde zich licht en gelukkig – de droom die hij gehad had was mooier dan alles wat hij kon verzinnen . Alle andere kinderen sliepen, het hele weeshuis was in diepe rust. Maar Levi kon niet meer slapen. Toen de zon op kwam viel hij alsnog in slaap. Dan schudde hem heen en weer: ‘Opstaan Levi! Als je niet opschiet, mis je het ontbijt.’ Maar Levi kon van opwinding niet eten. “Wat heb je dan gedroomd’, vroeg Rachel, ‘wat is er dan zo mooi?’ ‘Die ster’, zei Levi, ‘er was een prachtige ster. Met een licht, zoveel licht, dat alles anders was!’ Zodra het kon rende hij naar Lot om hem erover te vertellen. Die luisterde naar hem en was toen
lang stil. ‘Dat is een heel bijzondere droom, Levi’, zei hij toen. ‘Je zou eigenlijk…’
 
Maar wat Levi eigenlijk moest doen ging verloren. Want opeens was er opschudding op straat. Een man sprong op een kist en stak z’n vuist omhoog. ‘Wee jullie allemaal!’zei hij. ‘Luister naar me, ik ben een profeet. Alles zal vernietigd worden, niks blijft overeind. Vrede moest er zijn en recht, dat is wat God wil. Maar jullie willen alleen maar wat van een ander is, jullie roven het van elkaar. De zon gaat onder, alles wordt donker. Ik zie het en jullie zullen het zien: alles wordt anders!’ Hij was woedend. En de mensen werden woedend. ‘Hou op!’, riepen ze. De man verdween. Maar het bleef onrustig, overal.
 
Lot, de clown die alles kon horen, schuifelde achter de man aan. Levi volgde in zijn voetspoor. ‘Wat gaan we doen?’, fluisterde hij bang. ‘Ik denk dat we achter hem aangaan’, zei Lot. ‘Want jouw droom en de droom van die profeet hebben wat met elkaar te maken. Kom, we gaan Simson halen, zo’n sterke ezel kan ons wel dragen en van Anna kunnen we vast wel wat te eten lospeuteren. Moet je nog iemand dag zeggen?’. Levi dacht aan Dan en Rachel. Maar de ster uit zijn droom kreeg hij niet uit zijn hoofd. Zou hij die zien? Hij nam een besluit:‘Ik leg een briefje neer, dan zijn ze niet ongerust. En ik stuur ook een kaartje, als de postbodes tenminste niet staken. Op naar Simson, op naar Anna. Kom op, Lot, we gaan!’
 
En hoe het verder gaat horen jullie de volgende keer.
 
 

De droom van de profeet (2)

Levi en Lot reden op de rug van Simson door het land. Het was nog best lastig geweest om weg te komen. Lot had op wacht gestaan. Z’n blinde ogen zagen dan wel niets, maar z’n scherpe oren vingen alle geluiden op. Lot had stiekem wat spullen gepakt en Simson gezadeld. Tenslotte was hij naar de kokkin Anna gegaan en had z’n allerliefste gezicht opgezet: ‘Anna, mogen we asjeblieft wat brood? En misschien wat druiven? En dit briefje, wil je dat aan Dan en Rachel geven? Het is een spelletje, Anna, toe?’
 
Nu waren ze dan eindelijk op weg. Het was een bijzonder gezicht: een klein jongetje en een blinde clown op de rug van een grote ezel. Waar moesten ze eigenlijk heen? De vreemde profeet was in geen velden of wegen te bekennen. Was hij eigenlijk wel weggegaan uit de stad? En de ster, de mooie ster uit Levi’s droom, was dat een echte ster geweest die je kon zoeken? Of waren ze op weg naar niks? Nadenken op de rug van een ezel is niet altijd goed voor je humeur. Levi werd er behoorlijk sip van. Maar Lot zat in zichzelf te zingen. ‘Waarom ben jij eigenlijk clown geworden?’, vroeg Levi aan Lot. ‘Als je blind bent en niks ziet moet je overal zelf bij bedenken hoe het eruit ziet’, zei Lot, ‘en ik vind het mooi om mensen daarmee aan het lachen te maken’. ‘Waarom lachen we dan zo weinig samen?’, vroeg Levi. ‘Ja, nu je het zegt..’, zei Lot. ‘Weet je Levi, ik geloof dat de meeste clowns eigenlijk heel ernstig zijn. Maar nu is het tijd om even af te stappen. Ik heb houten billen gekregen van dat zitten in dat zadel!’ ‘Oké Lot’, zei Levi, ‘Ik zie daar een mooie boom. Die is geknipt voor ons!’
 
Lot haalde uit zijn knapzak een kleedje, Levi pakte het brood een de druiven van Anna. Simson dronk water uit het riviertje ernaast. ‘O Lot’, zei Levi, ‘Dit is het! Hier is het fijn. Ik zou hier wel altijd willen blijven!’ ‘Ik ook’, zei Lot. ‘Zo mooi, zo vredig…Zo zou het altijd moeten zijn. En ik dan niet meer blind.’ ‘En ik met eindelijk een familie’, zei Levi. Ze kregen er tranen van in hun ogen. Simson kauwde z’n gras in de schaduw van de boom.
 
Na een hele poos gingen ze weer op weg. ‘Ik moet nog maar wat kunstenmaken in het volgende dorp’, zei Lot. ‘We moeten per slot van rekening morgen wel wat eten kunnen kopen.’ Maar toen ze aankwamen stond er al iemand op het marktplein. Weer op een kist, maar deze keer niet met een opgeheven vuist. ‘Zwaarden zullen worden omgesmeed tot ploegscharen’, riep hij, ‘en speren tot snoeimessen. Geen mens zal meer weten wat oorlog is. Iedereen zal zitten onder z’n vijgeboom, door niemand opgeschrikt!’ ‘De profeet….’, zei Levi. ‘Ja, zo kan het ook’, zei Lot. ‘Profeten hebben niet alleen boze dromen.’ ‘Hij zegt niks over een ster!’, zei Levi. ‘Nee, maar het gaat er toch over, over precies hetzelfde’, zei Lot. Toen de profeet uitgesproken was verdween hij even snel in de menigte als de vorige dag. ‘Kom mee,Levi’, zei Lot. ‘Kunstenmaken doen we nu niet meer. De mensen hebben er geen zin meer in, denk ik, en ik ook niet. We kunnen maar beter een plek gaan zoeken om te slapen.’
 
En hoe het verder gaat horen jullie de volgende keer.